nu
Weerbericht Delden
lichte regen
04:00
lichte regen
07:00
lichte regen
10:00
lichte regen
13:00

Klik hier om alle zoekresultaten te bekijken >

U bevindt zich hier:

home

>

mededelingen

>

ingezonden deldens ooggetuigenverslag vanuit het rampgebied sulawesi

Terug

Ingezonden: Deldens ooggetuigenverslag vanuit het rampgebied Sulawesi

Bijna een maand na de aardbevingen van 7,4 en 7,6 op de schaal van Richter bij Palu Central Sulawesi Indonesië doet Annelies van Hagen uit Delden verslag van de situatie.

Donderdag 26 oktober.

Vandaag ga ik op weg naar Palu. Met de auto, welke ik samen met mijn Indonesische man Alan boordevol heb geladen met rijst en hulpgoederen die we met de familie hebben ingezameld.

6.30 Uur: Ik knuffel mijn familie. Op dit moment realiseer ik me dat ik aan een best risicovolle reis begin omdat ik geen enkel zicht heb op de gevaren die ik onderweg kan tegenkomen. Daarom zal ik extra voorzichtig moeten zijn. Onderweg pik ik mijn co-driver Elyng op. Samen op weg om nuttige hulpgoederen te brengen naar de slachtoffers van de aardbeving op 28 september, gevolgd door een alles verwoestende tsunami. Meer dan 2000 doden. Nog steeds meer dan 600 vermisten. 60.000 mensen zijn hun huis kwijt en leven nu in kampen. Hier aan het Lake Poso, op ruim 200 km van Palu, was de beving ook heftig, maar niets is vernield. Er was een verschil met een “normale” aardbeving. Die zijn niet zo hevig en zijn de bewegingen heen en weer. Nu ging de aarde ook op en neer. Deze combinatie maakte de beving extra catastrofaal.

Vanaf Parigi, nog 2,5 uur vanaf Palu aan de oostkant van het gebergte waar we over moesten, zijn indrukwekkende gevolgen van de ramp zichtbaar. Meterslange scheuren langs en door de wegen. Scheuren bij een bruggenhoofd zijn provisorisch gevuld en geplaveid. Veel huizen hebben een tent in hun tuin. Een blauw zeildoek, soms met gedeeltelijk houten vloeren waarop kapokmatrassen en kussens.

Na acht en een half uur (!) komen we eindelijk Palu binnen. Onmiddellijke shock en gegrepen door de ontzagwekkende beelden. De natuur heeft zich hier in haar verwoestende kracht ten volle uitgeleefd. Van het strand tot bijna een kilometer landinwaarts is alles volledig verwoest. De Indonesische regering doet een geweldige opruimklus. Elyng was hier twee dagen na de tsunami toen stenen, bomen, delen van gebouwen en stoffelijke resten de aarde bedekten. De rommel is verzameld en de wegen en het land zijn schoongemaakt en geëgaliseerd. Gaten en scheuren in de wegen worden gerepareerd. Dag en nacht wordt er met man en macht gewerkt. De volle maan verlicht de donkere stad. De nog overeind staande gebouwen hebben vaak enorme scheuren waardoor ze dus onveilig en onbruikbaar zijn. Mensen wonen in een geïmproviseerde tent op hun erf. Velen zijn vertrokken en wonen elders bij familieleden. De elektriciteitsvoorziening is weer op gang gekomen en water wordt door Franse en Deense specialisten uit rivieren gepompt, gezuiverd en verdeeld over de kampen. Deze zelfverzorgende buitenlanders doen geweldig werk. In het laatste van de nog vier open zijnde hotels vonden we nog een kamer. Duitsers die mentale ondersteuning verleenden en een topman van het Indonesische Rode Kruis verbleven ook daar. De regering heeft beloofd om in januari te beginnen met de bouw van tijdelijke houten huizen voor de getroffenen.

's Morgens ontmoeten we een Maleisisch medisch team dat naar een vluchtelingenkamp gaat dat het verst van Palu ligt. We volgen ze samen met een distributieteam geleid door Sherly Kesumay. Alle Palu-kamp zijn ingedeeld en dit distributieteam verzorgt de uitgifte van persoonlijke verzorging donaties en voedsel van de bevolking en de overheid naar zes locaties. Wij bezoeken er één.

Dit kamp, Panau Lumbuna, ligt bijna een uur rijden van Palu. Samen met het kamp er naast leven daar 600 mensen. In sommige tenten leeft één familie, die bestaat uit 5 tot 10 gezinnen. Een gezin bestaat uit gemiddeld vijf personen. Binnen hebben de meeste tenten houten vloeren om de vloer droog te houden, waarop een vloerkleed of slaapmatten.

Ik spreek met een grootmoeder. Na de aardbeving zag ze de golf van de tsunami naar haar huis komen vlakbij het strand. Ze rende de heuvel op met haar twee jaar oude kleinzoon in haar armen. Haar elf jaar oude kleindochter Vidiya liep ook, maar ze verloren elkaar uit het oog. Vidiya's moeder werd geraakt door een vallende muur tijdens de aardbeving. Hoe zij de tsunami heeft overleefd, is onduidelijk. Twee dagen later, toen ze naar haar op zoek was, werd ze gewond en bebloed gevonden. Het was een emotionele hereniging, zij huilde en dankte God zeer. Samen met haar 5 kinderen en kleinkinderen deelt zij nu een tent. Ik ontmoette haar rond half elf en ze hadden die dag nog niet gegeten omdat het vrijdag was en de meeste vrijwilligers en vluchtelingen naar de moskee waren voor gebed. Ze wenste zich voor dagen als deze een beetje rijst wat ze dan zelf kon koken.

De tent is heel schoon en geordend door de vrouwen die er wonen. De mannen waren teruggegaan naar hun huis om te zoeken naar nog bruikbare zaken. Ze vonden planken voor de vloer in deze tent, sarongs, een paar kleren die ze in de zee hebben gewassen, een paar potten en een koffer. De rest was weg, vernield door het ingestorte huis of verwoest door de tsunami. Wat ze nu verder bezit, kussens, dekens en wat kleren, is haar gegeven door het distributiecentrum waar haar kamp onder valt. Maar omdat hun kamp het laatste is, het verste en klein is, komen ze letterlijk en figuurlijk achteraan. Haar dochter gaf borstvoeding aan haar twee jaar oude kindje, liggend op de planken met slechts een doek als vloerkleed. De coördinator laat me 5 zakken vol kleren zien die ze te verdelen heeft. Ze zijn te klein, te groot, vol gaten of vlekken. Mensen denken dat ze kleding krijgen, maar ze zijn vaak onbruikbaar. Er is wel meer aan te merken op het distributie systeem, maar mensen willen niet klagen en te veel vragen. De meeste Indonesiërs zijn waardige en trotse mensen en gewend om voor zichzelf te zorgen. Pas na onze vraag wat hier ontbreekt, antwoord de grootmoeder van Vidiya: "alles" en lacht. Maar ze voelt zich nog steeds gelukkig omdat ze al haar 5 kinderen bij zich heeft.

In een andere tent tref ik een soortgelijke situatie. Ik praat met een graafmachinechauffeur die zijn knieschijf brak toen zijn huis op hem viel. Hij werd door het leger naar het nabijgelegen drijvende ziekenhuis gebracht. Na een week ziekenhuis revalideert hij nu in het kamp. In de gebroken arm van zijn zoon werd een pen geplaatst. Beiden zijn niet in staat om naar hun werk te gaan of naar de locatie waar hun huis ooit stond om dingen te zoeken zoals de meeste mannen dat doen.Zijn been wordt dagelijks verzorgd door plaatselijke verpleegsters. Toch is hij optimistisch en lacht. Hij zegt dat het hem op de been houdt, ook al heeft hij een zoon die nog vermist wordt.

Een klein iel vrouwtje van ongeveer 70 jaar schiet me aan en wil met me op de foto. Ze heeft staar in beide ogen en vertelt me dat ze niet weet hoe en waarom ze het heeft overleefd. Ze herinnert zich alleen dat ze werd opgetild door de tsunami en weg werd geslingerd. Ze moet op iets hards zijn neergekomen en gevonden door mensen die haar naar het kamp hebben gedragen. Ik zeg haar dat ik erg blij ben dat ze het heeft overleefd en dat ik haar hier nu mag ontmoeten. Ze glimlacht waarbij haar gebroken tanden zichtbaar worden. Daarna word ik naar de volgende tent geleid om te spreken met een moeder die haar baby heeft verloren, uit haar armen gerukt toen het tsunami water kwam. Ik ben niet in staat te gaan. Mijn emotionele emmer is vol. Nu al! Het zal haar geen goed doen dat ze mij voor zich ziet terwijl ik mijn ogen uit mijn hoofd sta te huilen. Ik zal me mentaal voorbereiden om haar de volgende keer te ontmoeten. Er is in dit kamp voor ongeveer een dag voedsel, dan moeten ze opnieuw vragen om meer bij het distributieteam. Ik hebnu regelmatig contact met de kampcoördinator en het distributieteam om de kleine gaten op te vullen. Het omgaan met de mensen hier vraagt om bijzondere vaardigheden. Mensen zijn getraumatiseerd, samengebracht in grote groepen in te kleine ruimtes. Er wordt opeens van hen verwacht zich coöperatief op te stellen, te delen, te allen tijde zich correct te gedragen, in de rij te staan om eten te halen of naar het toilet te gaan. Het kan haast niet anders dan dat ze gefrustreerd zijn, bang en bezorgd voor de toekomst, in rouw om hun geliefden die ze hebben verloren en zich ook nog gedwongen vervelen op deze plek waar ze niet in staat zijn te werken voor hun bestaan. Dit allemaal nog afgezien van hun verzwakte, vaak gewonde toestand met gebrek aan voeding en slaap. Mensen zouden in deze omstandigheden gemakkelijk op negatieve gedachten kunnen komen, uitmondend in jaloezie en woede. We zijn per slot allemaal maar mensen. Indonesië is al 20 jaar mijn huis en thuis en nu zie ik een deel van mijn thuis leven in angst en vertwijfeling. Ik probeer me in te leven in de achtbaan van mentale emoties waarin zij allemaal zijn terecht gekomen, maar slaag daar absoluut niet in. Ongelofelijk, onvoorstelbaar en totaal overweldigend.

Nadat we hadden afgegeven wat we mee brachten zijn we verdere inkopen gaan doen om zoveel als mogelijk te voorzien in de verzoeken die we hadden gehoord: Zakken rijst, fruit, levende kippen, dekens en muggenspray.

We hebben de goederen afgeleverd en zijn, diep onder de indruk, op weg gegaan naar huis.

Ons zelf hebben we gezworen ons uiterste best te doen om de hulp te vinden die zij absoluut nog nodig hebben bij ons volgende bezoek.

Wilt Uhelpen? Stort uw bijdrage op rekening NL66RABO0179158643 t.n.v. PDK, onder vermelding van SULAWESI

advertenties

Alleen geregistreerde gebruikers kunnen reageren.
Klik hier om in te loggen, of maak hier een account aan.