Over het oorlogsgebeuren in de jaren 1945 - '50 hebben al veel schrijvers hun licht laten schijnen. Nu de 75 jarige herdenking van de bevrijding aan de orde is wil ik welmijn eigen ervaringen en belevenissen op voetbalgebied uit die tijd graag met u delen.
In het jaar 1941 mocht ik mij bij Rood - Zwart aanmelden. Dit bij de toenmalige jeugdsecretaris Johan Gerritsjans .Het voetbalspel had ik samen met de buurjongens vaak bij onze boerderij voor de "nienduur"bedreven". Die deur was precies breed genoeg om als goal te fungeren. Dat het hiernaast liggende raam ook wel eens werd getroffen was eigenlijk een logica. Met gesneuvelde ruiten, diewel eens voor op de "deel" terecht kwamen, betekende dat wel bonje in het ouderhuis.
Met oudere broer Willem had ik al wel regelmatig wedstrijden van het 1e elftal bezocht. Hierdoor had ik ook kennis van de voornaamste spelregels verkregen. Het was in het midden van de dertiger jaren dat ik, voor die tijd ver van huis, het voetbalveld op de Mors(huidige korfbalveld )voor het aanschouwen van mijn eerste voetbalwedstrijd mocht bezoeken. De tegenstander was Avanti uit Glanerbrug, dat de wedstrijd met 3 - 1 wist te winnen. Bekende spelers waren de broers Hendrik en Fritsten Brummelhuis, De Zwarte Poelman en doelman Jan Freriksen, inderdaad de vader van de vrij recent overleden Annie.
Ik meen nog te weten dat het 1e elftal in 1942 het kampioenschap van de 2e klasse TVB wist te veroveren. Dit met o.a. de gebr. Gerard en Johan(keeper) Baake, de gebr. Johan en Herman Keizer( broers van de bekende Anoul Keizer) en debakker Toontje Hemmelder.De laatste zie ik nu in mijn gedachten nog weer langs het lijntje rennen. Hij droeg groene sokken die totaal niet bij het Rood Zwart kostuum pasten. Het werd niet als een doodzonde opgevat.
Mijn eigen voetbalcarrière verliep nauwelijks naar wens. Het oorlogsgebeuren beheerste de gemoederen van de inwoners en voor ontspannende sport was weinig belangstelling. Ook de overheid had nog niet de sportbeoefening op de juiste waarde ingeschat
Zo één keer per week mocht ik gaan trainen Mijn eerste trainer heette bij mijn beste weten Wolters. Hij was geen geboren Deldenaar en getrouwd met de plaatselijke vroedvrouw. Hierdoor was uitbreiding van het ledental voor de naaste toekomst gewaarborgd.De training bestond uit veel rennen en hetterug koppen van een toegegooide nogal zware bal. Wel moe maar niet helemaal voldaan gingen we dan maar weer huiswaarts.
Zo rond 1942 mocht ik in een vriendschappelijke wedstrijd voor het A elftal uitkomen. Dit met o.a. nog een tweetal nieuwelingen t.w. Marinus Freriksen en Marinus Satink (helaas overleden). De voetbalclub in Bentelo was nog niet opgericht. De Bentelose jongens Marinus Timmerman(de Plaat) en Herman Raanhuis maakten deel van het elftal uit. Dat de overwinning mij een trots gevoel gaf paste eigenlijk niet bij de beroerde omstandigheden van die tijd. Wat te denken van Jodenvervolging, razzia's, concentratiekampen en een zo langzamerhand hongerende bevolking.
Maar dat laatste zal wel breeduit in de landelijke pers worden uitgemeten. Vanaf 1943 was de competitie door de NVB (Ned. Voetbalbond) vanwege de oorlogsdreiging stop gezet .Bij Rood -Zwart werd voor de jeugd nog wel eens een vriendschappelijke wedstrijd gehouden. Maar toen er zelfs geen wedstrijdbal meer beschikbaar was, betekende dat voorlopig het einde van het bedrijven van de voetbalsport. Dit uiteraard ook voor de senioren.Vele jonge mannen waren alin Duitsland te werk gesteld of waren ondergedoken om hieraan te ontkomen.
Maar toch de behoefte om te voetballen stond niet stil.. Andere ontspanningsmogelijkheden waren er ook al niet. De boerenjongens in Wiene en Zeldam wisten in ruil voor o.m.spek, boter, eieren en kaas wel in het bezit van een wedstrijdbal te komen. Ook kon om niemendal een veld in Deldenerbroek worden bemachtigd. Op de Vossenbrink,( met als keeper de vader van onze huidige voorzitter Robert Ros) Bentelo, Goor en Hengevelde waren inmiddels ook soortgelijke clubjes opgericht.Dus voldoende wedstrijden in de eenzaamheid. Toch werd er wel o p resultaat gespeeld. Onze aanvoerder Johan Wensink(oud voorzitter RZ) gaf dan aan dat er tactisch moest worden bekeken hoe de aanval op touw moest worden gezet. Onze speler met de koosnaam Johnny was het met die stelling beslist oneens."Iïe möt schee't'n" was zijn standpunt.
De 3e helft was voor die tijd van groot gewicht. Bij Hendrik Wernink( Wanink) en Horck's Hanna( thans Markenrichter) werd nog wel eens een vaatje bier op de kop getikt. Gezien het geringe alcoholpercentage kon je er, ook bij intensieve inname, niet dronkenvan worden.
Na de slag bij Arnhem in september 1944 moesten veel mensen uit het Gelderse Huissen evacueren. Zij werden in onze omgeving bij diverse gezinnen onder gebracht. Onder hen waren ook veel jongeren die graag wilden voetballen. Ons veldje in Deldenerbroek verkreeg een opknapbeurt en ondanks de sombere oorlogsgebeurtenissen werd in het najaar 1944 een wedstrijd tussen hen en ons georganiseerd. Een zekere Frans uit Huissen had al breeduit aangekondigd dat vanwege de goede ontvangst van de vluchtelingen de voetballes gratis zou worden gegeven. Enkele minuten na het begin van de wedstrijd had de voornoemde praatjesmaker al een bal precies tegen het edelste deel van zijn lichaam gekregen. Hij werd onmiddellijk afgevoerd en als eerste op de lijst van jankende bleekgezichten geplaatst.
Direct na de bevrijding op 3 april 1945 hadden we met onze beperkte kennis van de Engelse taal kans gezien een wedstrijd te organiseren tegeneen Engels team .De mannen waren in tenten gelegerdin de weitegenover de toenmalig geheten chemische fabriek Servo. Wekregen voetballes. Als de heren in het veld tegen elkaar zeiden"now we make a goal"was het veelal nog raak ook. Maar onze geliefde tegenstanders wisten wel drank en andere ingrediënten aan te dragen zodat de 3e helft meer dan geslaagd mocht heten. De nabij het speelveld wonende familie Stokkentreefwistin hun huis en schuur altijd ruimte vrij te maken voor omkleden, wassen e.d. En nu ook voor het houden van een feestje. Naoberplicht van het beste soort. Onze hiervoor al genoemde Johnnyhad kennelijk behoefte de Twentse taal aan de Engelse vrienden over te dragen. Ik heb de teksten van zijn voordrachten niet onthouden maar weet nog wel dat Hanna zwart haor( haar) had en dat Graads met de schoefkaor (schuifkar) in de haandgestalte gaf aan de boerenstaand." Ik hool van die en doe van mie dan zönne we samen blie", was de laatste zin van het laatste couplet. Voor de niet Tukker: Ik hou van jou en jij van mij dan zijn we samen blij. Conclusie: Eenvoud siert de mens! Ofschoon niet ter zake wil ik toch nog vermelden dat deze buitengewoon sympathieke man na de oorlog met een motortje door de Twentse dreven reed. In mijn gedachtegang is hij na zijn overlijden hiermee door de hemelen gaan rijden en pas gaan stoppen toeneen knoert van een tapkast in zicht kwam.
In 1945 hadden de bevrijdingsfeesten aanvankelijk de voorkeur boven het beoefenen van sport. De competities via de voetbalbond werden toch zo geleidelijk aan weer in gang gezet. Vooronze vereniging kon een noodveld aan de huidige Langestraat worden aangelegd. In de schuur van het toenmalige café Wensink - thans Wapen van Delden - kon men zich omkleden en na de wedstrijd via een emmer vol water het stof en de modder van het lichaam verwijderen.
De opbouw van Nederland kreeg uiteraard prioriteit. De voetbalclub Rood - Zwart werd een zg. omnium vereniging met toevoeging van afdelingen handbal, wandelsport, gymnastiek en later Judo.
Onze bevrijders komen nu weer in beeld. Zij zorgden er voor dat we het leven in vrijheid konden voortzetten dan wel hernieuwen. Weeren met respect en waardering al degenen die hun leven hiervoor gaven. De nog niet zo lang geleden bedachte lijfspreuk van Rood - Zwart - met elkaar voor elkaar - is een kanjer en zou in het verre verleden niet hebben misstaan.
Gerhard Bebseler.
06 mei 2020
“Dank dat u dit met ons wilde delen!”
Grumpfff 06-05-2020 @ 20:09 |
0
| rapporteer
Alleen geregistreerde gebruikers kunnen reageren.
Klik hier om in te loggen, of maak hier een account aan.